Greaseman toont de gezichten van de Isla

 

Een rijke Nederlander is gefascineerd door een jonge vrouw uit Wishi-Marchena. Hij kan zich een groot huis op Jan Thiel veroorloven, maar huurt toch liever een kamer in het huis van de vrouw, onder de rook van de Isla-raffinaderij. Gaandeweg wordt duidelijk waar zijn interesse vandaan komt.

(…)

Zonder duidelijke voorkeur toont Greaseman twee gezichten van de raffinaderij, zoals eerder het geval was in de Curaçaose tentoonstelling Isla den nos Bida van het NAAM. Toch heeft de voorstelling een boodschap. Er is een belangrijke overeenkomst tussen de Greaseman, het management van Shell, de Curaçaose regering en de eigenaren van het Chinese bedrijf Guangdong Zhendong, die allen een rol spelen in het stuk. Ze geven veel inwoners van Curaçao het gevoel dat ze niet mee mogen beslissen over de raffinaderij.

Fragment recensie voor Amigoe (oktober 2017)

 

Dubbelspel herbeleefd

Koning Willem-Alexander met cast & crew (foto: Suzanne Koelega)

Door het nemen van afstand, kom je dichterbij de kern. Double Play is geen directe verfilming van de roman Dubbelspel, maar een herinnering aan het beroemde partijtje domino met tragische afloop. Het is de herinnering van Ostrik, de zoon van Bubu (Boeboe) en Nora, die in het boek schoenen nodig heeft om toegelaten te worden op school.

De moedige keuze van regisseur Ernest Dickerson en scriptschrijvers Evan Jones en Alaric Smeets pakt om een aantal redenen goed uit. Zoals in elke boekverfilming komen niet alle fragmenten uit het boek terug in de film. Normaal kan dat rechtstreeks toegeschreven worden aan de regisseur, die de geschreven tekst van een roman samen moet vatten in zo’n beeldverhaal van anderhalf uur.

In Double Play is het heel geloofwaardig dat Ostrik niet terugdenkt aan alle gebeurtenissen, simpelweg omdat hij ze is vergeten, niet kent of niet van belang vindt. Het is zelfs niet storend dat er gebeurtenissen aan oorspronkelijke verhaal zijn toegevoegd, zoals de achtervolging van een Amerikaanse toerist die een bezoek aan Campo Alegre bracht. Frank Martinus Arion schreef er niet over in Dubbelspel, maar het voelt als iets dat wellicht gebeurd is.

Door de keuze voor een herinnering wordt bovendien aangetoond dat Dubbelspel als verhaal nog altijd belang heeft. Ostrik is voor het leven getekend door de gebeurtenissen in zijn jeugd en staat daarmee symbool voor de moderne Curaçaose man en vrouw, die bewust of onbewust ook gevormd is door de situatie en onderlinge verhoudingen in zijn of haar geboorteland.

Bijna iedereen zal uit zijn of haar eigen omgeving mensen kennen, zoals de vier mannen en twee vrouwen uit de film en het boek. De taxichauffeur Bubu, die zijn geld uitgeeft in Campo Alegre. Zijn vrouw Nora, die tegen beter weten in haar man blijft steunen, maar zich wel noodgedwongen prostitueert. Deurwaarder Manchi, die zich in zijn mannelijke trots gekrenkt voelt door het slippertje van zijn mooie, intelligente vrouw Solema. De stoere handige visser Janchi, die in de film Ernesto heet en een relatie heeft met Solema. En de Sabaan Chamon, voormalige werknemer van de Shell, die zijn rijkdom verbergt en Nora geld geeft in ruil voor seks.

De acteurs maken van deze personages mensen van vlees en bloed. Aan de dominotafel wordt gelachen, geplaagd en gediscussieerd. De onderlinge spanning blijkt vooral uit blikken die worden uitgewisseld of als de mannen zich bewust afzijdig houden van een gesprek. Veelzeggend is het moment waarop de arrogante Manchi zwijgend zijn lepel neerlegt naast het bord soep, dat hij kort daarvoor van zijn vrouw Solema geëist heeft; hij beseft dat hij haar kwelt en zal kwijtraken, maar zijn trots staat hem in de weg. Een glansrol wordt gespeeld door Dani Dare, die tranen over zijn wangen laat rollen als de jonge Ostrik.

In de kern gaat Dubbelspel over deze mensen en hun worsteling met de Curaçaose realiteit. Het boek gaat over sterke, moedige vrouwen, over armoede, over status en over trots. “Niemand is schuldig. Als er iets schuld heeft, dan is het de armoede,” verzucht Chamon. Door afstand te nemen van de roman, is dat ook precies de kern van Double Play.

Double Play premiere coverage (Amigoe Express)
Double Play premiere coverage (Amigoe Express)

Recensie: Wreedheid verdeelt en verbindt

Auteur Eric de Brabander smeedt in zijn vierde roman verschillende verhalen samen tot één geheel. De personages in ‘Het dilemma van Otto Warburg’ proberen een plek te geven aan de wreedheden waar mensen zich al generaties lang schuldig aan maken.

De verschrikkingen van concentratiekamp Buchenwald, het bloedige bewind van de Dominicaanse president Rafael Trujilo, de onafhankelijkheidsstrijd van de Centraal Afrikaanse Republiek en onderzoek naar een middel voor de bestrijding van kanker. Het zijn vier onderwerpen die schijnbaar weinig overeenkomsten hebben en zich dus vooral lijken te lenen voor een verhalenbundel of afzonderlijke romans. Auteur Eric de Brabander slaagt erin om ze bijna vanzelfsprekend samen te brengen in een samenhangende, boeiende roman.

(…)

Dat ‘Het dillema van Otto Warburg’ als een logisch verhaal leest, is in de eerste plaats te danken aan de vlotte pen van De Brabander. De auteur heeft zich de verschillende geschiedenissen duidelijk eigen gemaakt en vertelt ze in zijn eigen woorden. Feit en fictie vloeien naadloos in elkaar over, dialogen zijn realistisch en vertalingen van scheldwoorden in het Papiaments worden terloops toegevoegd, zodat het niet nodig is om te bladeren. De rode draad die alle verhalen echt aan elkaar bindt, is het geweld waar mensen van alle generaties en op alle continenten mee te maken krijgen. Daar is ook sprake van op Curaçao en in een fragment in Parijs. Geweld verdeelt, maar verbindt tegelijkertijd.

Fragment recensie Ñapa, 2016

19112016napa-debrabander300

Curaçao tussen vakantieoord en thuis

Ik heet JuliusVeel boeken die zich op Curaçao afspelen gaan ook over Curaçao. De roman fungeert als kapstok voor een ode aan de Caribische cultuur. Het eiland als locatie en als hoofdrolspeler. Of op zijn minst als onmisbare context voor een verhaal over de littekens van de koloniale tijd of over de spanning tussen verschillende culturen. Die focus op Curaçao valt goed te verklaren. Er was tientallen jaren een groot gebrek aan herkenbare verhalen binnen een Caribische context. Het gemis resulteerde in geweldige literaire klassiekers.

Curaçao kan ook schitteren als figurant, blijkt uit de roman ‘Ik ben Julius’. Het is de tweede roman van Martijn Simons, die in 2010 debuteerde met Zomerslaap. Hoofdpersoon Julius vertrekt van de ene op de andere dag van Curaçao naar Nederland om te zorgen voor zijn vader, terwijl deze van een herseninfarct herstelt. In zijn ouderlijk huis denkt Julius terug aan de twaalf maanden die hij op Curaçao verbleef, maar vooral aan zijn jeugd in Amsterdam Zuid; hij denkt aan de moeizame relatie tussen zijn Curaçaose moeder en Nederlandse vader, aan zijn ambitieuze broer David en aan zijn nichtje Mimi, die hem de bijnaam Skip gaf. In de korte tijd dat ze bij het gezin woonde, leek ze een onuitwisbare indruk op iedereen te maken.

(…)

Een frisse en treffende beschrijving van Curaçao is natuurlijk niet voldoende voor een boeiend verhaal. Auteur Simons maakt iets te vaak gebruik van vergelijkingen. “De aderen aan de binnenkant van zijn arm zijn bleekblauw, duiken weg onder zijn ziekenhuispyjama als een metro in een tunnelbuis.” Maar de worsteling van Julius met zijn verleden is meeslepend. De onverwachte gedachtesprongen maken het makkelijker voor lezers om zich in te leven in de hoofdpersoon en zorgen voor een groeiend verlangen naar antwoorden. Simons wacht tot de laatste pagina’s voor hij duidelijkheid geeft; althans een beetje duidelijkheid. Niet alle vragen worden beantwoord. Voor ‘Ik ben Julius’ geldt dat de reis belangrijker is dan de bestemming. Het is een reis door het hoofd van Julius met een verfrissende tussenstop op Curaçao.

Fragment recensie Napa (mei 2016)

Dichterlijke ode aan jarig Aruba

Recensie Napa Orman Nicolaas“De vlag ging omhoog en wapperde na jaren. Ogen vol emotie zien naar boven, volgen het plechtige moment. Hij was er niet, de vader van de pasgeborene, die tot vandaag uitzinnig rouwt, om zijn afwezigheid die blijvend is.”

Zonder een seconde na te hoeven denken, zal elke Arubaan of ‘Antilliaan’ begrijpen dat dit een beschrijving is van 1 januari 1986 toen Aruba officieel een status aparte had en van de pijnlijke werkelijkheid dat de voorvechter van die status, Betico Croes, deze gebeurtenis zelf niet meer meemaakte. Maar verder buiten de Caribische landsgrenzen zijn weinig mensen bekend met dat moment en de bijbehorende emoties, terwijl die geschiedenis door de viering van 30 jaar Status Aparte toch bijzonder actueel is.

In de Knipscheer gaf twee dichtbundels uit, die een stap zijn in de richting van meer bekendheid over Aruba, de status aparte en vaderlandsliefde. Het zijn Als de Aloë Sluimert en Doorwaaiwoning, respectievelijk van Quito Nicolaas en Olga Orman. Beide Arubanen wonen in Nederland en zijn betrokken bij schrijversgroep Simia Literario en beiden schrijven hoofdzakelijk in het Papiaments.

Vertaler Fred de Haas vond dat een gemis voor mensen die het Papiaments niet machtig zijn. Hij selecteerde en vertaalde daarom tientallen gedichten van Nicolaas en Orman.

“Het bijzondere van deze selectie is dat de lezer iets meer te weten komt van de geschiedenis, cultuur en levensstijl van een Caribisch volk, dat, ofschoon verbonden met de geest van Europa, niet zonder meer aansluiting heeft met de Europese manier van denken en voelen,” schrijft Nicolaas in het voorwoord van Als de Aloë sluimert.

Fragment recensie Ñapa (april 2016)

Gezichten van Aruba

HILVERSUM-Een persoonlijke favoriet van Raymond Rutting is de foto van de Arubaanse Paula Ochoa, haar gezicht bedekt met zand. “Ik werd geïnspireerd door de film Gladiator waarin een Romeinse strijder aan een handvol aarde rook omdat hij zoveel van zijn land hield,” zei de fotograaf. “Het hagelwitte zand is natuurlijk kenmerkend voor Aruba.”

(…)

Door de lens van Rutting zien bekende locaties en inwoners van Aruba er opeens gewoon maar toch anders uit. Soms bijna onwerkelijk, zoals op de foto van Johanna Wolff in haar huiskamer vol herinneringen aan haar overleden man. Of de foto van de sigaarrokende Benjamin Petrochi van Aruhiba, zijn gezicht subtiel verlicht tegen een achtergrond van neonletters. Een ander voorbeeld is de foto van de Arubaan, die balanceert tussen een gokautomaat en de Mercedes die hij wil winnen. “Hij probeert de auto met zijn ene hand in te stralen. Aan zijn uitdrukking is te zien dat hij nog niet veel geluk heeft,” zei Rutting.

Fragment artikel Amigoe, 3 februari 2016

03-03-2016cGezichten_van_Aruba

Respectvolle ode aan onze Juliana

Juliana (foto Jean van Lingen)

AMSTERDAM-“We waarderen dat u aanwezig bent bij ons verhaal over uw moeder Juliana.” Noraly Beyer gebruikte zaterdag de juiste woorden toen ze prinses Beatrix afgelopen zaterdag welkom heette.. De voorstelling Juliana van de Stichting Julius Leeft gaat niet over persoonlijke herinneringen van Beatrix aan haar moeder en is geen verslag uit de geschiedenisboeken. Het is ons verhaal, waarbij ‘ons’ verwijst naar de inwoners van voormalige Nederlandse koloniën.

Dat verhaal wordt verteld aan de hand van dialogen over gebeurtenissen die Juliana kenmerkten als vrouw, moeder en koningin, tevens het mantra van het openingsnummer. “Vergeet nooit dat het Koninkrijk bestaat uit meer dan twaalf provinciën,” zegt Juliana, ontroerend vertolkt door de Curaçaose actrice Paulette Smit, als ze de troon overdraagt aan Beatrix. “We danken mede aan onze voormalige koloniën wat we vandaag de dag hebben. Hou ze te vriend.”

(…)

Regisseur John Leerdam schuwt geen enkel onderwerp in Juliana. De Greet Hofmans affaire komt langs, waarin Juliana in de ban was van een gebedsgenezeres en ze dreigde met een echtscheiding van Bernhard. “Waarom ben je met me getrouwd,” vraagt ze aan Bernhard, die zich in alle bochten wringt om geen antwoord te hoeven geven.

(…)

Ook de acteurs sparen niets of niemand. Vastert van Aardenne speelt een zelfingenomen prins Bernhard, Thom Hoffman een bedachtzame prins Claus en Guikje Roethof een berekenende Beatrix. Maar waar het Koningshuis zich snel leent voor spot of sarcasme en waar herinneringen aan de koloniale geschiedenis snel leiden tot woede en verontwaardiging, is Leerdam nergens uit op het makkelijk scoren van een lach of een traan. Juliana is scherp, maar vooral warm en aanstekelijk. En dat maakt de voorstelling zo sterk.

Fragment recensie Juliana voor Amigoe, december 2015

Recensie: Kijken door de ogen van Derek Walcott

“Antilliaanse kunst is de restauratie van een uiteengespatte geschiedenis.” Het citaat van dichter Derek Walcott is veelzeggend. Het geeft blijk van zijn geweldig gevoel voor taal en getuigt van een onvoorwaardelijke liefde en waardering voor de kunst uit het hele Caribisch gebied, waar ‘Antilliaans’ in dit verband betrekking op heeft.
Walcott verwoordde zijn liefde voor de inwoners en cultuur van de Caribische eilanden al treffend in honderden gedichten en tientallen toneelstukken. Kan een ander nog iets zinnigs toe te voegen aan de woorden van een man, die zelf uiterst bedreven is om zich uit te drukken? Is het nodig om extra aandacht te vragen voor iemand die de Nobelprijs voor de Literatuur won en dus een internationaal publiek heeft? Het antwoord is een volmondig ja.

Derek Walcott

Opgewonden

Uit de film Poetry is an Island van Ida Does blijkt nog eens extra hoe groot de liefde is die Walcott voelt voor de Caribische cultuur en met name zijn geboorte-eiland St. Lucia. “Ik raakte al op jonge leeftijd opgewonden als ik in de literatuur iets las over mijn eiland en ik raakte opgewonden bij de gedachte dat ik de plekken kon beschrijven die ik zag. Het was letterlijk een lichamelijke ervaring,” zegt hij hier zelf over. Door de prachtige natuuropnames kost het voor de kijker weinig moeite om te zien wat Walcott als jongen zag en te voelen wat hij voelde. Beelden van een feest door de Indiase gemeenschap in Trinidad maken duidelijk waar Walcott over sprak in zijn Nobel Lecture, zijn voordracht na de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1992.

Vurig

Poetry is an Island voorziet Walcott van de omgeving waar hij over schrijft. Hartstochtelijk pleit hij voor de erkenning van de kunst, bijvoorbeeld door de bouw van een theater of het gebruik van het aan hem toegewezen Rat Island als rustige werkplek voor kunstenaars uit de hele wereld. Vurig protesteert hij tegen de bouw van een hotel aan de voet van de Saint Lucia Pitons, de twee bergen die het eiland kenmerken.
Cruciaal voor de context zijn ook de vrienden, collega’s en familieleden van Walcott die aan het woord komen. Kunstenaar Dunstan St. Omar bijvoorbeeld, aan wie Walcott in zijn gedicht ‘Another Life’ een ode bracht. “Omdat die grote man over mij heeft geschreven, ben ik poëzie geworden,” zegt St. Omar, die zijn eerste schilderijen overigens maakte op Curaçao. Een andere inwoner van Saint Lucia benadrukt het belang van Walcott voor de gemeenschap van Saint Lucia en beklaagt zich over het verval van het geboortehuis van de schrijver. Later blijkt dat hij zelf het initiatief heeft genomen voor de renovatie.
Er zijn niet alleen maar lovende woorden voor Derek Walcott. Zijn ijzeren discipline en toewijding maken hem moeilijk in de omgang. Woedend kan hij zijn op acteurs die te laat zijn voor de repetitie van een toneelstuk. “De enige geldige reden om te laat te komen, is het overlijden van je moeder,” herinnert een acteur zich een uitspraak van Walcott. Collega’s zijn soms echt bang voor hem.

Tranen

Does confronteert Walcott eigenlijk nergens rechtstreeks met die mindere karakter eigenschappen, maar de samenwerking met hem verliep ook erg soepel met uitzondering van de keer dat ze werd weggestuurd van zijn erf. Bovendien valt uit het meest indrukwekkende fragment van de film wel af te leiden dat Walcott een emotionele man is. Als hij een gedicht voorleest over zijn dementerende moeder schieten de tranen in zijn ogen. “Ik kan het niet,” zegt hij en legt het boek weg. Met een gebroken stem brengt hij uiteindelijk toch tot een goed einde.

Recensie voor Amigoe, 2014

05-04-2014c09Walcott

Harbers vangt kijkers met kleuren

VLISSINGEN-Een rare houten constructie blijkt bij nadere bestudering het verweerde interieur van een gekantelde boot te zijn. Door twee van de drie ramen is een helder blauwe zee met witte schuimkoppen te zien. Als de kapitein in 2006 bij daglicht aan de grond zou zijn gelopen bij Klein Curaçao was dit zijn uitzicht geweest. Maar ja, bij daglicht was hij waarschijnlijk niet gestrand.

Bunita di Dekadensia
Bunita di Dekadensia

De Gevolmachtigde Minister van Curaçao Marvelyne Wiels opende afgelopen vrijdag in Vlissingen de expositie Bunitesa di Dekadensia (Schoonheid van Verval) met foto’s van Monique Harbers. Het maritiem museum MuZEEum was zo onder de indruk van de foto’s die Harbers vanuit een mini-onderzeeër maakte en die in 2012 in het Curaçaos Maritiem Museum werden tentoongesteld, dat ze werd uitgenodigd voor een expositie in Vlissingen.
Een foto van een gezonken schip en Harbers fascinatie voor de uitstraling van verweerde oude objecten waren bepalend voor het onderwerp: foto’s van scheepswrakken en enkele onderwaterfoto’s. Tegelijkertijd werd met die keuze de overeenkomst benadrukt tussen Vlissingen en Curaçao, beide afhankelijk van de zee en bovendien respectievelijk beginpunt en bestemming in de trans-Atlantische handel in goederen en slaven. “De expositie toont aan dat wij een verleden met elkaar delen, maar ook een heden en een toekomst,” aldus minister Wiels.

Stoomketel

Harbers zei in haar welkomstwoord dat ze oorspronkelijk alleen Nederlandse wrakken wilde fotograferen. “Het liefst had ik een onbekend Nederlands scheepswrak ontdekt, maar die liggen vaak op een enorme diepte. Pas toen ik mijn oorspronkelijke idee eenmaal had losgelaten, vond ik grappig genoeg de stoomketel van de Oranje Nassau, een Nederlands passagiersschip gebouwd in 1884 dat in 1906 verging.”
Op de foto lijkt de stoomketel aanvankelijk een verroest olievat, maar net als bij de gestrande boot, vallen na enkele seconden de details op. Een rond gat omringd door kleinere gaten waar vermoedelijk een pijp was bevestigd en een donkere schaduw onder de waterspiegel, die kijkers enig inzicht geeft in de omvang van de ketel.

Wrakkenbaai

Het zijn dus niet alleen vergane schepen uit Nederland die Harbers fotografeerde, maar dat is van ondergeschikt belang. Harbers wil de kijkers vangen met beelden, die haar fascineerden en niet meer loslieten. Het zijn dus vooral de contrasten tussen het blauw van de zee en het bruin, rood en grijs van verroest ijzer die opvallen. Het frisse wit van opspattend water voor het donkere verwrongen metaal en hout van een nagenoeg compleet scheepswrak. Of de gifgroene water van de zogeheten Wrakkenbaai, zo ontzettend vervuild dat het met een dam het Schottegat is afgesloten. François van der Hoeven van het NAAM begeleidde haar naar de twee platbodemschepen die hier zij aan zij steeds verder met hun omgeving samensmelten.

De foto’s van Harbers draaien vooral om de kleuren en de vormen. Al geeft maakt het bijbehorende verhaal de foto’s soms wel mysterieuzer. Waarom het gekantelde schip in 2006 aan de grond liep, is nooit opgehelderd. Was de vuurtoren defect of kwam het toch door de Franse zeekaart, waarin de vuurtoren op de verkeerde locatie stond?
De expositie Bunitesa di Dekadensia in het MuZEEum is tot en met 28 september te zien.

Verslag: ‘Muziek laat poëzie zweven’

Recensie Amigoe
Recensie Amigoe

Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.

(…)

Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld.
Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery’s taalgebruik.

Uitvoering De Lussen van Hans Faverey (foto Jean van Lingen)
Uitvoering De Lussen van Hans Faverey (foto Jean van Lingen)

Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.

(…)

In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst ‘gewone’ liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera’s.

Fragment recensie Amigoe, 2013
Ook gepubliceerd op de weblog van Caribische Letteren.